Bepaling van subcutane injectie
1. Bepaling van subcutane injectie
- Subcutane injecties worden toegediend met een steriele spuit en een korte, steriele holle naald in het onderhuids bindweefsel.
- Door de lage bloeddoorstroming in dit weefsel wordt het geneesmiddel langzamer geabsorbeerd dan bij intramusculaire injecties.
- Injectie gebeurt in gezonde huid met onderliggend vetweefsel, omdat deze plaatsen relatief weinig gevoelszenuwen bevatten, wat de pijn vermindert.
2. Indicaties voor subcutane injectie
| Indicatie | Toelichting |
|---|---|
| Trage resorptie | Langzame opname van het geneesmiddel in het lichaam |
| Depotwerking | Verlengde werking afhankelijk van het type medicatie |
| Niet oraal innemen | Voor zorgvragers die geen medicatie per os kunnen of willen innemen (bv. comateuze patiënten, maagdarmaandoeningen, nuchtere patiënten) |
| Geneesmiddelen die niet oraal toegediend kunnen worden | Specifieke medicatie waarvoor orale toediening niet mogelijk is |
Indicaties voor subcutane toediening
1. Indicaties voor subcutane toediening
De subcutane toediening wordt gekozen wanneer het geneesmiddel langzaam en gelijkmatig in de bloedbaan moet worden opgenomen. Dit is vooral geschikt voor:
- Medicatie die niet via het maagdarmkanaal kan worden toegediend (bijvoorbeeld insuline).
- Langzame afgifte van het geneesmiddel gewenst is.
- Medicatie die lokaal onder de huid moet werken of waarbij intramusculaire of intraveneuze toediening niet mogelijk of minder geschikt is.
3. Samenvatting indicaties
- Insuline: vooral bovenkant dij.
- Anticoagulantia: buikflanken, 3 vingers van de navel.
- Andere medicatie: afhankelijk van indicatie en voorkeur kan ook heupflank gebruikt worden.
> Subcutane toediening is ideaal voor geneesmiddelen die een langzame, gelijkmatige opname vereisen en waarbij intramusculaire of intraveneuze toediening niet wenselijk is.
Prikplaatsen voor subcutane injectie
1. Prikplaatsen voor subcutane injectie
Subcutane injecties worden toegediend in het onderhuidse vetweefsel, waarbij de keuze van de prikplaats belangrijk is voor een goede absorptie en het vermijden van complicaties.
a) Geschikte prikplaatsen
| Prikplaats | Kenmerken | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Buik | Rondom de navel, minstens 5 cm afstand | Meest gebruikte plaats, goede absorptie |
| Bovenarm (achterzijde) | Vetrijk gebied, makkelijk toegankelijk | Geschikt bij zelfinjectie |
| Dij (voorzijde, bovenste deel) | Vetrijk, vooral bij magere personen | Minder gebruikt, maar goed alternatief |
| Schouderbladgebied | Minder frequent gebruikt | Kan pijnlijker zijn |
b) Belangrijke aandachtspunten
- Vermijd littekens, blauwe plekken, infecties of huidirritaties op de prikplaats.
- Wissel de prikplaatsen af om lokale irritatie en lipodystrofie te voorkomen.
- Bij insuline-injecties wordt de huid niet ontsmet, tenzij anders voorgeschreven.
- Maak een huidplooi om de injectie in het vetweefsel te garanderen, vooral bij magere zorgvragers.
- De naald wordt meestal in een hoek van 90° ingebracht; bij zeer magere personen kan een hoek van 45° nodig zijn.
Belangrijk: De buik is de voorkeursplaats voor subcutane injecties vanwege de snelle en consistente absorptie.
Procedure voor subcutane injectie
Materialen:
- Steriele spuit
- Steriele optreknaard
- Med
- Handontsmetting
- Kompressen
- Naaldcontainer
- Draagbord
- Etiket
1. Procedure voor subcutane injectie
- Naaldinbrenghoek:
- Naald langer dan huidplooi → injectie onder 45°.
- Naald korter of gelijk aan huidplooi → injectie loodrecht (90°).
- Injectie uitvoeren:
- Medicatie rustig inspuiten.
- Bij kant-en-klare anticoagulantia: luchtbel (air lock) als laatste inspuiten om alle vloeistof uit de naald te krijgen.
- Naald verwijderen:
- Naald rustig verwijderen.
- Bij insuline: 10 seconden wachten voor verwijderen.
- Huidplooi losmaken.
- Afwerking:
- Naald onmiddellijk in de naaldcontainer plaatsen.
- Droog kompres tegen prikplaats aanbrengen (alleen inmasseren of aandrukken als vermeld).
- Eventueel pleister aanbrengen.
2. Nazorg
- Controleren op comfort van de zorgvrager.
- Uitvoeren van handhygiëne.
- Beletlicht uitdoen.
- Afval verwijderen volgens het juiste circuit.
- Rapportage van de handeling in het dossier.
Injecteer subcutaan altijd met de juiste hoek volgens de naaldlengte en huidplooi om correcte toediening te garanderen.